Gemeenschappelijk cultureel erfgoed
Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed (GCE) is één van de prioriteiten van het programma Erfgoed Internationaal.
Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed (GCE)
De vroegere aanwezigheid van Nederlanders in verschillende landen is vandaag een goede aanleiding voor internationale samenwerking. Binnen het internationaal cultuurbeleid van de overheid is Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed (GCE) daarom één van de prioriteiten. Erfgoed Nederland informeert het veld over dit GCE-beleid en geeft informatie over de betrokken partijen, financieringsmogelijkheden voor samenwerking en voorbeelden van gefinancierde projecten. Daarnaast zijn we actief in het mede-organiseren van conferenties en landendagen.
Digitale enquête Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed
In het najaar van 2009 heeft Erfgoed Nederland een digitale enquête uitgezet onder 501 erfgoedprofessionals met als doel het verwerven van informatie over de vraag in hoeverre Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed (GCE) bekend is en wat de wensen en behoeften rondom GCE zijn. Voor meer informatie kunt u de Analyse onderzoek Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed bekijken.
Beleidskader Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed 2009-2012
GCE is een van prioriteiten van de Nederlandse overheid in het kader van internationaal cultuurbeleid (ICB). Voor het ICB zijn de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Buitenlandse Zaken verantwoordelijk. In september 2008 hebben beide departementen een brief aan de kamer gestuurd over het ICB onder de naam Grenzeloze Kunst. Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed is één van de onderwerpen die in de brief wordt besproken. Het beleidskader is het uitgangspunt voor GCE tot en met 2012. Het beleidskader 2009-2012 geeft inzicht in criteria en voorwaarden van het beleid en programma's die worden opgesteld en hoe projecten kunnen worden uitgevoerd.
Wat is Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed?
Binnen het beleid van de overheid is een definitie opgenomen om ervoor te zorgen dat de uitvoering van het beleid en met name de beschikbare middelen, niet te veel versnipperd raken. Binnen het beleid van de overheid valt gemeenschappelijk cultureel erfgoed uiteen in een aantal categorieën en kan betrekking hebben op zowel roerende als onroerende cultuurgoederen. Deze categorieën zijn:
- Cultureel erfgoed overzee: een verzamelbegrip dat in het algemeen wordt gebruikt voor voormalige VOC, WIC of koloniale objecten, buiten Europa gelegen. Doorgaans is er sprake (geweest) van vestiging van, of materiële contacten met Nederlanders. Kenmerkend is een langdurige wisselwerking tussen culturen, die onder meer uitdrukking kan krijgen in gemengde stijlkenmerken van objecten en in een gewijzigde (maatschappelijke) betekenis van het erfgoed.
- De door Nederlanders in opdracht van een ander land buiten Nederland gebouwde of gebrachte objecten (inclusief archieven), waarmee daarna geen bemoeienis meer is geweest.
- In Nederland aanwezige objecten uit landen waarmee sprake is geweest van wederzijdse culturele beïnvloeding. Het betreft in feite de landen waarnaar onder het eerste punt impliciet wordt verwezen.
Voor meer informatie over het GCE beleid van de overheid en de recente geschiedenis, zie ook de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed in het Engels
In het Engels komen de volgende vertalingen van gemeenschappelijk cultureel erfgoed voor: mutual cultural heritage, common cultural heritage, shared cultural heritage. De voorkeur van Erfgoed Nederland gaat uit naar mutual cultural heritage.
Welke landen behoren tot het Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoedbeleid?
Naast de verschillende categorieën GCE, zijn er achttal prioriteitslanden waar het GCE beleid betrekking op heeft. Volgens Grenzeloze Kunst vallen de volgende landen onder het zogenaamde GCE beleid: Brazilië, Ghana, India, Indonesië, Sri Lanka, de Russische Federatie, Suriname en Zuid Afrika.
Met Brazilië, Ghana, Sri Lanka, Suriname, de Russische federatie en Zuid Afrika zijn er zogenaamde beleidskaders afgesproken. Deze overeenkomsten, schetsen kaders waartussen samenwerking gefinancierd door beide overheden moet passen.
De overeenkomsten die zijn afgesproken hebben betrekking op bilaterale relaties. Het huidige beleid zal waarschijnlijk een meer multilateraal karakter krijgen. De GCE landen hebben namelijk onderling interessante relaties, die de moeite van het vertellen waard zijn.
Naast het multilaterale karakter van het toekomstig beleid worden in Grenzeloze Kunst nog twee onderwerpen genoemd die prioriteit zullen krijgen. Deze onderwerpen zijn migratiegeschiedenis en stedelijke ontwikkeling.
Spelers in Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoedbeleid?
Tot 2008 waren er de zogenaamde HGIS-C gelden waarvoor instellingen subsidie konden aanvragen. Vanaf 1 januari 2009 worden de middelen op een andere manier ingezet. Een deel van de gelden wordt beschikbaar gesteld via de Nederlandse ambassades in de prioriteitslanden. Een ander deel van de middelen wordt beschikbaar via de rijksdiensten, het Instituut Collectie Nederland, het Nationaal Archief en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Naast overheden zijn er veel erfgoedinstellingen, musea, verenigingen, universiteiten, stichtingen en particulieren, actief op het terrein van GCE. De meeste organisaties en hun activiteiten zijn geïnventariseerd via verschillende databases. Een aantal van deze databases zijn: The Atlantic World and the Dutch (AWAD), Atlas of Mutual Heritage (AMH), Towards A New Age of Partnership (TANAP) en het Centrum voor Internationale Erfgoedactiviteiten (CIE).
Naast beeldmateriaal dat beschikbaar is op Atlas of Mutual Heritage heeft het Nationaal Archief veel beeldmateriaal toegankelijk gemaakt dat een relatie heeft met GCE, zoals de honderd topstukken in de beeldbank van het Nationaal Archief.
