Share

  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Tell-a-friend
|

Code Culturele Diversiteit

De Stuurgroep Code Culturele Diversiteit heeft de uitdaging van minister Plasterk aangenomen om tezamen met de cultuursector te komen tot het opstellen van een Code Culturele Diversiteit. Een gedragscode die leidt tot het zichtbaar maken en monitoren van ambities en resultaten op het gebied van culturele diversiteit. Als één van de betrokken sectorinstituten vertegenwoordigt de Erfgoed Nederland de erfgoedsector op verschillende niveaus in het project.

De Code Culturele Diversiteit

De Code Culturele Diversiteit is een (gedrags)code die door de culturele sector zelf ontwikkeld wordt. Deze Code zal ambities en doelstellingen bevatten op het gebied van culturele diversiteit op het terrein van programmering, publieksbereik, samenwerkingspartners en personeels/bestuursbeleid. Verkend zal worden in hoeverre kwaliteitsbeoordeling ook onderdeel van de Code moet zijn. Gezien de relevantie en urgentie is ervoor gekozen de nadruk te leggen op etnische diversiteit. De resultaten zullen periodiek per sector worden gemonitored en inzichtelijk gemaakt. Hoewel de Code niet dwingend is, zal voor alle betrokken partijen gelden: ‘Leg uit of pas toe’.

Rol Erfgoed Nederland in het project

  • Richard Hermans maakt deel uit van de stuurgroep;
  • Aline Knip is lid van de werkgroep - het projectteam onder leiding van Mavis Carrilho. Verder bestaat de werkgroep uit medewerkers van Kunstfactor, VSCD, TIN en NAPK.
  • Om de verschillende disciplines binnen de culturele sector voldoende stem te geven bij het ontwikkelen van de code heeft de werkgroep een zestal ontwikkelgroepen ingesteld: amateurkunst en kunsteducatie, erfgoed/musea, producenten podiumkunsten, beoordelaars, kunst- en cultuurvakonderwijs en podia. Inmiddels heeft de ontwikkelgroep erfgoed /musea de eerste van een drietal geplande bijeenkomsten gehad.

Voor meer informatie over de Code kunt u contact opnemen met Aline Knip.

Beleidsbrief culturele diversiteit

Diversiteit raakt de kern van het cultuurbeleid, schrijft, de inmiddels voormalige, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ronald Plasterk, in zijn beleidsbrief aan de Tweede Kamer (24/11/2009) over culturele diversiteit binnen de kunst- en cultuursector. Sterker nog, memoreert de minister: ‘Diversiteit is vastgelegd in de Wet op het specifieke cultuurbeleid, waarin staat dat de regering zich laat leiden door overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid.’ Het cultuurbeleid zou ‘inclusief’ moeten zijn, stelt de minister; dus bedoeld voor alle Nederlanders, zowel makers als publiek.

Het onderzoek De olifant in de kamer

Helaas is het nog niet zo ver. Het onderzoek ‘De olifant in de kamer; Staalkaart culturele diversiteit in de basisinfrastructuur’ van de LAgroup naar culturele diversiteit binnen de publiek gefinancierde culturele instellingen toont aan dat er nog overwegend sprake is van een ‘blanke monocultuur’. Dit terwijl 90% van deze instellingen culturele diversiteit een belangrijk onderwerp vindt en 80% meent dat culturele diversiteit een basishouding of mentaliteit zou moeten zijn. Alleen niet voor henzelf, maar voor de ander, zo blijkt.

Een kwestie van tijd

Het is niet zozeer onwil van deze instellingen dat hen hierbij parten speelt, maar meer het idee dat culturele diversiteit binnen de organisatie een kwestie van tijd is, een kwestie van afwachten totdat de wal het schip keert. Bovendien roept het concreet vertalen van ‘de’ multiculturele samenleving in de programmering, het publiek, de samenwerkingspartners en/of de personele en bestuurlijke samenstelling een reeks van existentiële vragen op die niet 1-2-3 te beantwoorden zijn. Vragen als: wat betekent culturele diversiteit voor onze organisatie, is het eigenlijk wel relevant voor onze discipline, volstaan enkele losse activiteiten of moeten we kiezen voor structurele inbedding in ons beleidsplan? Deze complexe vragen kunnen eerder verlammend werkend dan inspirerend. Gekoppeld met de beleidsmatige vrijblijvendheid die er bestaat rondom het onderwerp, zorgt dit ervoor dat een gevoel van urgentie en noodzaak ontbreekt bij culturele instellingen.

Incidentele activiteiten

Organisaties die wél aandacht besteden aan culturele diversiteit in hun programmering doen dit vaak op basis van incidentele activiteiten die vaak plaats vinden buiten de instelling, in perifere wijken en gefinancierd met projectgelden. Op deze manier ontstaan er twee gescheiden culturele werelden: één met cultureel diverse activiteiten en divers publiek en één met reguliere activiteiten en regulier publiek. Zeker voor grote steden is dit een onwenselijk proces. Daarenboven wordt hierdoor onderschat dat van oudsher vernieuwing in kunst en cultuur vaak voort zijn gekomen vanuit een open blik en nieuwsgierigheid naar de ander. De culturele sector doet zichzelf hiermee te kort.

Discussie over Code Culturele Diversiteit 16 april 2010 

Op vrijdag 16 april discussieerden Mavis Carrilho, projectleider Code Culturele Diversiteit en organisatieadviseur bij De Galan en Voigt, en Cathelijne Broers, adjunctdirecteur van De Nieuwe Kerk/ Hermitage, onder regie van Erfgoed Nederland over de Code Culturele Diversiteit. Gesprek tussen een inspirator en een doener in het kleurrijke decor van Oman.

Mavis Carrilho: ‘De code moet stimuleren, uitdagen, werken.’

‘Heb jij al van die code gehoord?’ Mavis Carrilho valt met de deur in huis, maar de adjunct-directeur van de Nieuwe Kerk is wel wat gewend. ‘Ja, ik heb erover gehoord en ik heb toen gedacht: ik hoor het ook vast wel als ie er eenmaal is’. De terloopse opmerking van Broers tekent het gesprek en – eerlijk is eerlijk – het tekent vooral de houding van de cultuursector in het algemeen ten aanzien van culturele diversiteit. Het is geen kwestie van desinteresse want we zien heus het belang er wel van in, maar ‘we moeten al zoveel’ en nee, dan heeft culturele diversiteit geen prioriteit.

De culturele sector heeft zelf de sleutel in handen

Een enigszins treurige maar glasheldere stand van zaken na ruim tien jaar actief diversiteitsbeleid. Dat vond ook Ronald Plasterk, de voormalige minister van OCW, die de cultuursector op de valreep de opdracht meegaf zelf een Code Culturele Diversiteit te ontwikkelen naar het voorbeeld van de Code Cultural Gouvernance. ‘Vrijblijvendheid’ en ‘gebrek aan urgentie’ waren volgens hem de belangrijkste redenen waarom de diversiteit in de culturele sector niet was toegenomen. Nieuw overheidsbeleid, zo meende hij, zou dit niet oplossen. De culturele sector heeft zelf de sleutel in handen. De Code Culturele Diversiteit, oorspronkelijk een  idee van Netwerk CS, zou die sleutel kunnen zijn. Aan projectleider, en voormalig directeur van Netwerk CS, Mavis Carrilho, de taak om erachter te komen hoe zo’n Code Culturele Diversiteit eruit moet gaan zien. Hoe dwingend die moet zijn, of juist niet. In gesprek met Cathelijne Broers vertelt ze over het ontwikkelingsproces, maar ze legt vooral uit wat de code wel en niet is. De vraag waar het om draait: bent u voorbereid op de samenleving van over tien, vijftien jaar?

Bekijk de film

Benieuwd naar het antwoord? Bekijk dan de videoregistratie van het gesprek tussen Mavis Carrilho en Cathelijne Broers.

Oproep

De Code Culturele Diversiteit bevindt zich nog in de ontwikkelingsfase. Ofwel: nu is het moment om bij te dragen aan de discussie en aan de inhoud van de code die bepalend wordt voor uw beleid. Erfgoed Nederland roept daarom iedereen op te reageren op het daarvoor ingerichte weblog.

Lees meer over Culturele Diversiteit in het juninummer van Erfgoed Nederland Magazine.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u de pdf Code Culturele Diversiteit downloaden of contact opnemen met Aline Knip.

« Terug naar het overzicht van projecten