Erfgoed en cultuurparticipatie
Frans Hoving, programmamanager Erfgoed en cultuurparticipatie

'U kunt altijd contact met mij opnemen over e-cultuur en de veranderende rol van instellingen in de maatschappij.'
'Ik werk bij Erfgoed Nederland omdat ik de erfgoedsector een fascinerende sector vind. Je kunt geen dingen doen zonder na te denken over het waarom en met wie. Dat is soms ingewikkeld, maar het geeft vooral inspiratie. Mijn eigen werk vernieuwt zich voortdurend, dat is spannend.'
Neem contact op met Frans Hoving.
Kun je de belangrijkste ontwikkelingen in jouw programmalijn in 2009 schetsen en vertellen hoe je programmalijn daarop inspeelde?
‘In 2009 is het Fonds Cultuurparticipatie ingesteld door de minister van OCW. We hebben daarop ingespeeld door zitting te nemen in een van de adviescommissies, namelijk die van volkscultuur. Samen met het Fonds hebben we het thema volkscultuur aandacht gegeven in een samenwerking waar ondermeer de publicatie Splitsen en knopen, over volkscultuur in Nederland uit is voortgekomen. Binnen mijn programmalijn vallen de thema’s culturele diversiteit, e-cultuur en educatie. Een aantal tijdelijke subsidies voor diversiteit is eind 2008 afgelopen. Erfgoed Nederland heeft in 2009 het accent verlegd naar het verankeren van diversiteit in de eigen organisatie. Met het rapport De olifant in de kamer van Netwerk CS in het achterhoofd, hebben we een werkgroep ingesteld en concrete resultaten geboekt met diversiteit in personeel en programmering. Verder hebben we onze database good practices diversiteit uitgebreid en zijn we samen met andere sectorinstituten ingestapt in de Code Culturele Diversiteit.
Bij e-cultuur speelden een aantal zaken in 2009. De subsidies voor digitalisering vanuit het Rijk werden afgebouwd. Dat heeft veel onrust veroorzaakt. Daarnaast was er veel aandacht voor de transformatie van erfgoedinstellingen als gevolg van de informatiemaatschappij. De programma’s ICT en Musea en ICT en Archieven speelden daarop in. Aan de nieuwe rollen waar instellingen mee te maken krijgen zit ook een ander vraagstuk verbonden. Moet je nieuwe prestatie-indicatoren formuleren om je maatschappelijke relevantie aan te tonen? Daarover organiseerden we onder andere een Erfgoedarena-debat.
Op het terrein van educatie, of eigenlijk is het vooral participatie, is de invoering van de maatschappelijke stage iets waar we op ingespeeld hebben. We faciliteren de erfgoedsector bij het bereiken en enthousiasmeren van jongeren. Daar snijdt het mes aan twee kanten: je interesseert niet alleen jongeren voor cultuur, maar je brengt de instellingen ook op een andere manier in contact met die voor hen zo lastige doelgroep. In 2009 is daarnaast de Bijzondere leerstoel Geschiedenis, erfgoed en didactiek ingesteld. De leerstoel is mede mogelijk gemaakt door Erfgoed Nederland. Bijzonder Hoogleraar Carla van Boxtel is in februari op deze leerstoel benoemd.
Kun je de belangrijkste resultaten noemen die je programmalijn in 2009 bewerkstelligde?
Ten eerste denk ik dan aan DISH, het tweedaagse internationale e-cultuurcongres dat we samen met DEN in december 2009 hebben georganiseerd. Dat was een groot succes. Het feit dat we het project maatschappelijke stages van de grond hebben gekregen is ook een belangrijk resultaat. Het programma ICT en Musea, waarin we in staat geweest zijn om de slag te maken van een opdracht voor deskundigheidsbevordering naar echte visieontwikkeling voor de sector musea, is in goede aarde gevallen. Het programma ICT en Archieven is ook goed om te noemen, daarvoor hebben we onder andere een kwalitatieve monitor van ICT-deskundigheid in de archieven uitgevoerd. Daar kwamen interessante uitkomsten uit, zoals de behoefte aan een landelijk expertisecentrum, de behoefte aan regie bij het digitaliseren van collecties en de behoefte aan ondersteuning bij het aanvagen van Europese ICT-subsidies.
Waar ben je trots op?
Ik ben heel trots op DISH. In 2008 hebben we de deelnemers aan de DE-conferentie gevraagd hoe ze tegenover een internationale versie van dat congres zouden staan. 50 procent zei dan niet te zullen komen. Uiteindelijk waren er meer dan 600 man, waartussen gelukkig ook de reguliere bezoekers van DE-conferentie. De reacties uit binnen- en buitenland waren zeer lovend.
Kun je een bijzonder samenwerkingsverband uit 2009 noemen?
Onverwacht vond ik de samenwerking in de Erfgoedagenda met Kunsten ’92. Ik vond het goed om te zien dat we in staat bleken om met zoveel verschillende erfgoedpartijen tot een eindproduct te komen.
Wat mogen we van je programmalijn verwachten de komende tijd?
Komende tijd onderzoeken we het thema maatschappelijke relevantie in de erfgoedsector. Dit onderzoek levert een artikel op met een werkdefinitie en een verkenning naar hoe er in de verschillende erfgoedsectoren met dit onderwerp wordt omgegaan. We zijn daarnaast bezig met het thema erfgoed en zorg. In 2010 willen we 2000 maatschappelijkestageplaatsen in de erfgoedsector gerealiseerd hebben. We organiseren in 2010 een conferentie educatie in samenwerking met de Bijzondere Leerstoel Geschiedenis, erfgoed en didactiek. De werkgroep Code Culturele Diversiteit is volop bezig. En in december is de DE-conferentie er weer.
