Achterstand wegwerken in archeologisch onderzoek

Projecten

Dit is een samenwerking tussen

Logo samenwerkingsparnter NWO
  • Twitter

Project 7. De grondsporen van Ezinge

Volledige titel

De grondsporen van Ezinge; datering en interpretatie

Aanvragers

Hoofdaanvrager: Drs. A. Nieuwhof (Rijksuniversiteit Groningen); Overige aanvragers: Dr. H.A. Groenendijk Provincie Groningen (Gemeente Groningen), Prof. dr. D.C.M. Raemaekers (Rijksuniversiteit Groningen)

Foto opgraving Ezinge

Omschrijving kort

Een onderzoek van handgevormd aardewerk, Romeins importaardewerk, metaal en dierlijk bot uit de opgraving Ezinge (1923-1934), met als doel een interpretatie en datering van grondsporen. De binnen dit project verkregen gegevens vormen de noodzakelijke basis voor de volledige uitwerking en publicatie van deze opgraving.

Omschrijving lang

De wierde van Ezinge, één van de wierden in het landschap Middag-Humsterland in de provincie Groningen, werd in het begin van de 20ste eeuw gedeeltelijk afgegraven ten behoeve van de winning van vruchtbare terpaarde. De afgraving trok de aandacht van A.E. van Giffen, directeur van het in 1920 opgerichte Biologisch-Archeologisch Instituut (nu Groninger Instituut voor Archeologie) van de Rijksuniversiteit Groningen, vanwege de opvallend goede conservering van gebouwresten en het vele vondstmateriaal dat tijdens de afgraving aan het licht kwam. Vanaf 1923 voerde hij archeologisch onderzoek uit in Ezinge tijdens de commerciële afgraving. In 1930 kon een groot deel van de wierde worden aangekocht met financiële steun van de Vereniging voor Terpenonderzoek. Een vlakdekkende opgraving volgde. De laatste opgravingscampagne vond plaats in 1934.

Van Giffen was pionier op het gebied van de archeologie van terpen en wierden; hij gaf het onderzoek van de bewoningsgeschiedenis van het noordelijk kustgebied een vaste plaats op de onderzoeksagenda van het BAI en later het GIA. Sinds 1908 had hij waarnemingen gedaan tijdens de afgraving van een groot aantal terpen. Vanaf 1916 voerde hij ook een aantal wetenschappelijke opgravingen uit. Hoewel het inzicht in de structuur van terpen en wierden en in hun relatie met het landschap groeide door dit onderzoek, bleef veel nog onbegrepen. De goede conservering van organisch materiaal in Ezinge bood een ideale mogelijkheid om prehistorische huizen en de opeenvolging van nederzettingsfasen te onderzoeken. Een zo grote hoeveelheid goed bewaarde gebouwresten was tot dan toe nergens waargenomen, en is overigens ook nadien nooit geëvenaard in het Nederlandse terpengebied.

De opgraving trok nationaal en internationaal veel belangstelling. Vooral de resten van de vele woonstalhuizen uit de ijzertijd en de Romeinse tijd maakten indruk. Van Giffen publiceerde enkele voorlopige verslagen van de opgravingen. Vooral zijn artikel in Germania (1936), met reconstructietekeningen van de wierde in het kwelderlandschap, had veel invloed en schiep hoge verwachtingen. Van Giffen noch zijn opvolgers voltooiden echter ooit de uitwerking en publicatie van de opgravingsresultaten en het vondstmateriaal, al werden er wel korte studies over deelaspecten van de opgraving en nieuwe inzichten in de chronologie van bewoningsfasen gepubliceerd (o.a. Van Giffen 1963; De Langen & Waterbolk 1989; Miedema 1983).

De gebrekkige uitwerking en publicatie van de opgraving in Ezinge is te betreuren omdat de kennis die verborgen ligt in de onuitgewerkte opgravingsgegevens niet kan worden betrokken in nieuw onderzoek en in het verhaal over de bewoningsgeschiedenis van het kustgebied. Ezinge, als belangrijkste type-site in de Noord-Nederlandse archeologie, wordt wel veelvuldig gebruikt als referentiepunt in nieuw onderzoek. Als referentiepunt voldoet het echter niet omdat de weinige gepubliceerde artikelen niet zijn gebaseerd op zorgvuldig onderzoek van vondsten en hun relatie met sporen en structuren.

Het hier voorgestelde onderzoek wil een bijdrage leveren aan de uitwerking van de opgraving Ezinge. Omdat de hoeveelheid materiaal te omvangrijk is voor een algehele uitwerking binnen één jaar, zal dit onderzoek zich in der eerste plaats richten op een belangrijke materiaalcategorie waarvan verwacht kan worden dat het onderzoek en de publicatie wel binnen één jaar afgerond zal kunnen worden, namelijk handgevormd aardewerk. Daarnaast zal een aantal kleinere materiaalgroepen waarvan het onderzoek al grotendeels is uitgevoerd, worden voltooid, namelijk Romeins aardewerk, metaal en dierlijk bot. In de tweede plaats zal een sporenlijst worden gemaakt met spoorbeschrijvingen en dateringen aan de hand van het handgevormde aardewerk. Zowel de materiaaltabellen als de sporenlijst zullen worden opgenomen in een relationele database. Deze database maakt het mogelijk de bewoningsfasen goed te dateren, de huisplattegronden te publiceren en de verdere uitwerking in hanteerbare deelonderzoeken voort te zetten.

Erfgoed Nederland

Deze website is onderdeel van en wordt beheerd door Erfgoed Nederland

Als landelijk sectorinstituut voor het cultureel erfgoed richt Erfgoed Nederland zich op kennisoverdracht en innovatie in de erfgoedsector. Erfgoed Nederland brengt daartoe organisaties (van buiten en binnen de erfgoedsector) bijeen rond actuele maatschappelijke vraagstukken, en organiseert reflectie, kennisuitwisseling en debat. 

Odyssee op de site van Erfgoed Nederland

Volg ons

Twitter