Project 5. De Boshoverheide
Volledige titel
De Boshoverheide; het grootste prehistorische grafveld van Nederland ontsloten
Aanvragers
Hoofdaanvrager: Dr. E.M. Theunissen (RCE); Overige aanvragers: Drs. M.E. Hissel

Omschrijving kort
Het prehistorische grafveld van de Boshoverheide bij Weert is sinds jaar en dag een begrip in archeologisch Nederland, zowel in wetenschappelijke zin als vanuit de monumentenzorg. Het slechts ten dele beschikbaar zijn van de resultaten van verschillende onderzoeken die de afgelopen veertig jaar zijn uitgevoerd, wordt als een groot gemis ervaren. Enerzijds is het grafveld als wetenschappelijke kennisbron bijzonder, maar deze bron wordt sporadisch benut. Anderzijds ligt het bodemarchief in situ van het wettelijk beschermde terrein af en toe aan het oppervlak: het onbedoeld gevolg van natuurontwikkeling. Dit project beoogt het grafveld op verschillende niveaus en in verschillende vormen te ontsluiten. De basis daarvoor zijn de resultaten van vijftien, deels onuitgewerkte onderzoeken. De opgraving uitgevoerd in 1968 door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek is er daar één van. Daarnaast is er van 1983 tot 1993 jaarlijks onderzoek verricht door de Universiteit van Amsterdam, in het kader van de veldcursus. Sinds 1968 zijn ongeveer 325 heuvels herkend en (deels) onderzocht.
Binnen het project wordt de informatie op heuvelniveau in ruimtelijke samenhang bijeengebracht, gebundeld tot een synthese, waarna de potentie voor vervolgonderzoek wordt beschreven. De heuveldata in ruimtelijke zin worden vertaald naar een erfgoedkaart op maat. Deze erfgoedkaart biedt praktische handvatten voor de terreinbeheerder en is gericht op een meer duurzaam behoud van de in situ-delen van het grafveld. Daarnaast komt een webmodule van het grafveld op het internet beschikbaar. Deze webmodule is een eerste test voor een digitale ontsluiting van het grafveld voor een breed publiek. Deze onderdelen tezamen maken het mogelijk dat het grafveld van de Boshoverheide een volwaardige rol kan spelen in het wetenschappelijke debat over het laat-prehistorisch grafritueel, het bodemarchief een betere archeologische monumentenzorg krijgt en dat nieuwe kennis toegankelijk wordt voor het publiek.
Omschrijving lang
Het prehistorische grafveld van de Boshoverheide bij Weert is sinds jaar en dag een begrip in archeologisch Nederland, zowel in wetenschappelijke zin als vanuit de monumentenzorg. Het slechts ten dele beschikbaar zijn van de resultaten van verschillende onderzoeken die de afgelopen veertig jaar zijn uitgevoerd, wordt als een groot gemis ervaren. Enerzijds is het grafveld als wetenschappelijke kennisbron bijzonder, maar deze bron wordt sporadisch benut. Anderzijds ligt het bodemarchief in situ van het wettelijk beschermde terrein af en toe aan het oppervlak: het onbedoeld gevolg van natuurontwikkeling.
Dit project beoogt het grafveld op verschillende niveaus en in verschillende vormen te ontsluiten. De basis daarvoor zijn de resultaten van vijftien, deels onuitgewerkte onderzoeken. De opgraving uitgevoerd in 1968 door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek is er daar één van. Daarnaast is er van 1983 tot 1993 jaarlijks onderzoek verricht door de Universiteit van Amsterdam, in het kader van de veldcursus. Sinds 1968 zijn ongeveer 325 heuvels herkend en (deels) onderzocht.
Binnen het voorgestelde project wordt de informatie op heuvelniveau in ruimtelijke samenhang bijeengebracht, gebundeld tot een synthese, waarna de potentie voor vervolgonderzoek wordt beschreven. De heuveldata in ruimtelijke zin worden vertaald naar een erfgoedkaart op maat. Deze erfgoedkaart biedt praktische handvatten voor de terreinbeheerder en is gericht op een meer duurzaam behoud van de in situ-delen van het grafveld. Daarnaast komt een webmodule van het grafveld op het internet beschikbaar. Deze webmodule is een eerste test voor een digitale ontsluiting van het grafveld voor een breed publiek.
Deze onderdelen tezamen maken het mogelijk dat het grafveld van de Boshoverheide een volwaardige rol kan spelen in het wetenschappelijke debat over het laat-prehistorisch grafritueel, het bodemarchief een betere archeologische monumentenzorg krijgt en dat nieuwe kennis toegankelijk wordt voor het publiek.
