Project 29. Uitwerking gasthuiscomplex de Beijerd te Breda
Volledige titel
Uitwerking gasthuiscomplex de Beijerd te Breda
Aanvragers
Hoofdaanvrager: Drs. J.P.C.A. Hendriks (Gemeente Breda); Overige aanvragers: Drs. E. Jacobs (Jacobs & Burnier)

Omschrijving kort
In de periode 1958 tot en met 2006 is er meerdere malen archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie van het van oorsprong laatmiddeleeuwse gasthuis de Beijerd. Een integrale uitwerking van deze onderzoeken is tot op heden achterwege gebleven. Omdat het Bredase gasthuis als één van de weinige gasthuisterreinen in Nederland nagenoeg compleet is opgegraven, biedt een integrale uitwerking tot een basisrapport kansen voor een verbreding en een verdieping van de wetenschappelijke kennis omtrent gasthuizen in het algemeen en van dat van Breda in het bijzonder. Het Bredase gasthuis kan door een vergelijk met soortgelijke gasthuizen zoals die van Deventer en Bergen op Zoom ook in een groter kader geplaatst worden.
Omschrijving lang
Er zijn in Noord-Brabant in het bijzonder, en voor Nederland in het algemeen nog maar zeer weinig gasthuisterreinen compleet opgegraven en uitgewerkt. Dit betekent dat ons huidige beeld van de ontwikkeling van deze terreinen in historische en ruimtelijke zin zeer beperkt is en dat, op enkele case studies in onder andere Bergen op Zoom en Deventer na, deze (middeleeuwse) terreinen zich helaas nog grotendeels aan de wetenschappelijke discussie onttrekken. Dit terwijl deze gasthuisterreinen, met hun zorg voor zieken en passanten, juist van groot belang zijn voor het beter begrijpen van de lokale gemeenschap waarbinnen deze vroege vorm van gezondheidszorg heeft gefungeerd. De relatie tussen de stedelijke nederzetting en het lokale gasthuis in de vroege fasen van de ontwikkeling van de latere stad is er één die op basis van aanvullend onderzoek nog wel eens bijgesteld kan worden. Het Bredase gasthuis kende vanaf het midden van de dertiende eeuw meerdere functies. Zo functioneerde het gasthuis van 1298 tot en met 1308 naast gasthuis ook als tijdelijke locatie voor de zustergemeenschap van het klooster St. Catharinadal. Na het vertrek van de zusters naar hun nieuwe kloosterterrein wat verderop, veranderde het gebruik van het terrein in de loop van de veertiende eeuw. Zo zou er een tweedeling in het gebruik van het terrein ontstaan: het gasthuis werd in de loop van de zestiende eeuw bewoond door proveniers en het passantenhuis werd pesthuis en gesticht. Het pesthuis en gestichtfunctie zouden in de loop van de eeuwen verdwijnen en in de zeventiende eeuw veranderde het gebruik van het voormalige gasthuis naar de functie als Oudemannenhuis. Als zodanig bleef het tot 1954 in gebruik. Tijdens de opgravingen is gebleken dat van verschillende van deze functie gebouwresten bewaard zijn gebleven, zowel van de voorname gebouwen als kapel en dergelijke, maar ook van de bijgebouwen.
De opgravingen op het Beijerdterrein in Breda voldoen aan meerdere van de door Vermeulen in 2006 formuleerde vraagstellingen. Hij stelt dat onder andere de bijgebouwen op gasthuisterreinen nader dienen te worden onderzocht en dat er tevens ook meer gewerkt zal moeten worden aan de integratie van archeologische en historische gegevens. Vermeulen wijst hier specifiek naar de archivalia van de betreffende gasthuizen voor zover deze zijn overgeleverd. Voor de Bredase situatie geldt dat voor het gasthuis archivalia zijn overgeleverd vanaf de zeventiende eeuw. Het betrekken van deze bronnen valt echter buiten de voorliggende uitwerking tot basisrapport en kunnen daar mogelijk in een later stadium bij betrokken worden, na afronding van het genoemde basisrapport.
Er is tijdens de opgravingen in Breda aandacht geweest voor alle sporen, zowel voor de vroege kapel, de bijgebouwen en de inrichting van het binnenterrein. Ook de vraagstellingen die Vermeulen poneert voor de verwachting vondstcomplexen aan te treffen die het mogelijk maken afval te onderscheiden tussen de verschillende sociale lagen zoals op het gasthuisterrein aanwezig mogen worden verwacht, kunnen mogelijk beantwoord worden aan de hand van het Bredase gasthuis. Naast de meer reguliere afvalkuilen zijn er namelijk ook enkele beerputten aangetroffen waarvan de inhoud nagenoeg compleet kon worden geborgen. Op deze wijze kunnen mogelijk verschillende sociale groepen die gedurende langere of korte tijd op het gasthuisterrein hebben verbleven wellicht archeologisch zichtbaar worden gemaakt.
Zie ook:
