Project 26. De vorstelijke palts van Zutphen
Volledige titel
De uitwerking en synthese van het onderzoek uit 1946 en 1993-1999 op het Zutphense paltscomplex aan het ’s-Gravenhof te Zutphen.
Aanvragers
Hoofdaanvrager: Drs. M. Groothedde (Gemeente Zutphen); Overige aanvragers: Prof. dr. F.C.W.J. Theuws (Universiteit van Amsterdam)

Omschrijving kort
In 1946 groef kasteelkundige J.G.N. Renaud op het plein 's-Gravenhof te Zutphen een paleisachtig romaans gebouw op. De palts werd decennialang versleten voor een grafelijk gebouw uit ca. 1100, zonder nadere studie van de opgravingsgegevens. Bij noodopgravingen op en rond het plein tussen 1993 en 1999 bleek dat dit tufstenen gebouw veel groter was en dat er sprake is van bijgebouwen en versterkingen. Het hoofdgebouw heeft voor Nederlandse begrippen een ongekende afmeting van ca. 54 meter lengte en 12,5 meter breedte en heeft alle kenmerken van een paltsaula van een Duitse vorst uit de 11e eeuw. Onder het tufstenen gebouw gaan voorgangers schuil uit de 9e en 10e eeuw. Paltscomplexen bestaan echter uit meer dan alleen de ceremoniële hoofdgebouwen. De bijgebouwen, de (kapittel)kerk en de versterkingen er omheen vormen tezamen een
hoogadellijk complex dat slechts met de Valkhof te Nijmegen, de palts te Utrecht (Lofen) en diverse Duitse paltscomplexen te vergelijken is. De site is vanwege zijn historische context van internationaal belang. De nooit nader uitgewerkte opgravingen op en rond het plein 's-Gravenhof van 1946, 1993-1999 worden gegeorefereerd en gedigitaliseerd (GIS-mapinfo) en uitgewerkt op fasering, functies van gebouwen en structuren en er wordt een synthetiserend verhaal geschreven over de interpretatie en betekenis van het voor Nederlandse begrippen unieke complex. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het anorganische vondstmateriaal en het zoologisch materiaal om de status van de bewoners te duiden. Tevens worden aanbevelingen gedaan voor nader onderzoek en voorstellen gedaan voor nieuwe onderzoeksvragen in relatie tot de NOaA (hoofdstuk 20).
Omschrijving lang
De stad Zutphen is een van de belangrijke schakels in de vroegstedelijke ontwikkeling van ons land. De site representeert niet alleen een stadskern van regionaal en nationaal belang, doch door de historische context (stedelijke genese in de periode 800-1200 AD) en archeologische verschijningsvorm (centrum rijksaristocratie) moet de vindplaats Zutphen van internationaal belang worden geacht.
Het paltscomplex in Zutphen kan slechts worden verklaard in een breed grensoverschrijdend
perspectief: paltsen functioneerden in een breed sociaal en politiek netwerk van de Karolingische en Rooms-Duitse vorsten, de kerk en de rijksadel.
Onze grootste provincie Gelderland zou in zijn huidige geografische vorm niet bestaan hebben zonder de aanwezigheid van de hoogadellijke burg en de palts te Zutphen en de aanwezigheid van het machtige gravengeslacht ‘van Zutphen’ aldaar. Zij zijn via de vrouwelijke lijn de voorouders van de graven van Gelre (tot die verbintenis een klein vorstendom aan de Niers (D)) die vanuit Zutphen hun territoriale claim in het rivierengebied konden uitbouwen tot het machtige hertogdom Gelre en de provincie Gelderland zoals we die nu kennen. De Gravenhof te Zutphen is daarmee de belangrijkste kiemcel van de provincie Gelderland.
Het Rijk en de Gemeente Zutphen besloten in 2002 het plein ’s-Gravenhof met de aangrenzende percelen en het immuniteitsgebied van de Sint Walburgiskerk tot archeologisch rijksmonument te verheffen. Nieuwe primaire gegevens uit opgravingen zullen de komende decennia slecht mondjesmaat beschikbaar komen.
Derhalve lijkt het nu juist een geschikt moment om alle beschikbare gegevens uit oud onderzoek toegankelijk te maken en te analyseren in de vorm van een promotieonderzoek. Om onderzoek mogelijk te maken, dient een van de belangrijkste monumenten uit de Centrale Middeleeuwen, een absolute Rembrandt van de middeleeuwse archeologie, nader uitgewerkt en ontsloten te worden.
