Project 19. Den Haag Ockenburgh
Volledige titel
Den Haag Ockenburgh: een fortificatie als onderdeel van de Romeinse kustverdediging
Aanvragers
Hoofdaanvrager: Drs. J.A. Waasdorp (Gemeente Den Haag); Overige aanvragers: Drs. H.A.R. Siemons

Omschrijving kort
Beoogde subsidie betreft een aanvraag voor de uitwerking van het Romeinse fort van Ockenburgh dat in de jaren dertig en negentig van de vorige eeuw door respectievelijk dr. J.H. Holwerda en de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag is opgegraven in de duinen van Den Haag. Aanvankelijk werden de resten door Holwerda geïnterpreteerd als een inheemse nederzetting maar het onderzoek van de afdeling Archeologie wees uit dat het om een klein Romeins fort ging met bijbehorende vicus. In de loop der jaren is het fort van Ockenburgh vast element geworden in de beeldvorming van de Romeinse kustverdediging. Om deze positie te onderbouwen is het van belang dat het fort op gecombineerd sporen-vondstenniveau gedegen uitgewerkt wordt. De kennis die hiermee verworven wordt, is van grote waarde voor het begrip van militaire activiteiten langs de kust in de Romeinse tijd. De uitwerking van het fort van Ockenburgh zal plaatsvinden binnen een groter kader van het uitwerken van oud onderzoek waarin ook de vicus van Ockenburgh is opgenomen. Het onderzoek zal resulteren in een wetenschappelijke en een populairwetenschappelijke publicatie. Deze worden gepresenteerd bij de opening van een tentoonstelling die gewijd zal zijn aan het onderzoek van Ockenburgh.
Omschrijving lang
In de jaren dertig van de vorige eeuw voerde dr. J.H. Holwerda opgravingen uit op het terrein van Ockenburgh (Waasdorp/Zee 1988). Hij was enthousiast gemaakt door drs. N.J. Pabon, conservator in het Haagse gemeentearchief. Pabon deed onderzoek naar Romeinse wegen in de omgeving van Den Haag en wees Holwerda op het terrein van Ockenburgh waar veel vondstmateriaal was aangetroffen. Holwerda vermoedde de aanwezigheid van een “zeer uitgebreide en belangrijke nederzetting” en kreeg toestemming en subsidie van de gemeente om opgravingen uit te voeren. In de periode 1930-1936 werd jaarlijks een aantal weken opgegraven hetgeen resulteerde in een publicatie van Holwerda over een Bataafsch dorp op Ockenburgh (Holwerda 1938). Zijn conclusie was dat op Ockenburgh een “absoluut inheemschen nederzetting” van een “groote armelijkheid” lag. Nog decennia lang bleef het kenmerkende proefsleuvenpatroon van Holwerda open liggen en konden verzamelaars prachtige collecties van bijzondere vondsten van Ockenburgh aanleggen.
Inventarisaties van vondsten in de jaren tachtig (Waasdorp/Zee 1988) en opgravingen van de afdeling Archeologie van Den Haag in de periode 1993-1997 maakten de werkelijke betekenis van de archeologische resten van Ockenburgh duidelijk (De Hingh/Van Ginkel 2009; Archeologische kroniek van Holland 1993-1997, Kersing/Waasdorp 1993, 1995 en 1996). De inventarisaties van de verschillende collecties hadden al aangetoond dat Ockenburgh zeker geen armelijke, inheemse nederzetting was en dat er bovendien sprake was van een militaire component. Tijdens de opgravingen konden de oude proefsleuven van Holwerda nog eens onderzocht en ingemeten worden. Daarnaast zijn nieuwe stukken opgegraven en bleek uit de combinatie van vondstmateriaal en grondsporen dat op Ockenburgh in de Romeinse tijd zowel de bewoningssporen van burgerlijke bebouwing (vicus) als mede een kleine fortificatie hebben bestaan.
De laatste 10-15 jaar is de interpretatie van dit kleine legerkamp in de duinen bij Den Haag gemeengoed geworden in de Nederlandse archeologie en gaat men ervan uit dat het onderdeel vormde van de 2de/3de-eeuwse kustverdediging van de Romeinen, mogelijk een voorloper van de (litus Saxonicum uit de 3de/4de eeuw). Er is reeds veel materiaal gedetermineerd en geanalyseerd. Tot een gedetailleerde beschrijving, analyse, datering en publicatie van de grondsporen is het tot op heden echter nog niet gekomen. Een goede en grondige uitwerking van het fort van Ockenburgh zal een enorme bijdrage leveren aan het begrip van de Romeinse militaire organisatie en de inrichting van dit Nederlandse deel van de zogenaamde kust-limes.
