Project 11. Vechten 1946-1947
Volledige titel
Vechten 1946-1947: een dwarsdoorsnede door het grootste castellum van Nederland.
Aanvragers
Hoofdaanvrager: Dr. M. Polak (Radboud Universiteit Nijmegen); Overige aanvragers: Drs. T. de Groot (RCE), Drs. R.S. Kok (Provincie Utrecht)

Omschrijving kort
Het Romeinse castellum Fectio bij Vechten (gem. Bunnik) is het grootste en een van de oudste van ons land en bekleedt een unieke positie binnen het Nederlandse deel van de limes, de Romeinse rijksgrens. In 1946-1947 is de tot dusver enige vlakdekkende opgraving van een deel van dit castellum uitgevoerd waarbij de complexe stratigrafie adequaat in vlakken en profielen is vastgelegd en de vondsten per spoor zijn verzameld. De bevindingen zijn in nauwelijks meer dan drie pagina’s en een onvolledige overzichtsplattegrond gepubliceerd.
De documentatie van de opgraving is van goede kwaliteit en zal veel inzicht geven in de geschiedenis van dit castellum en zijn rol in de grensverdediging van het Romeinse rijk. Omdat al veel basiswerk is verricht, kan de uitwerking zich concentreren op de interpretatie van de sporen. Het project zal resulteren in een rapport en een beschouwend artikel, die een goede basis vormen voor het inkaderen van actueel en toekomstig onderzoek. De resultaten zullen bovendien worden benut voor de reeds in gang gezette publieksontsluiting van dit bijzondere archeologische monument door de Provincie Utrecht.
Omschrijving lang
In de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA) is een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de limes, de grens van het Romeinse rijk. Dit is een uitdrukking van het bijzondere karakter en belang van dit bij uitstek grensoverschrijdende monument van internationale betekenis, onderstreept door de aanwijzing door de UNESCO van een groeiend aantal segmenten van de limes als World Heritage Site.
Het Nederlandse deel van de limes behoort tot de langlopende regionale projecten die kenmerkend zijn voor de ontwikkeling van de Nederlandse archeologie. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de decennialange opgravingen van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Nijmegen-Oost (legioensvesting, kampdorp, Kops Plateau), Leiden-Roomburg, Valkenburg (De Woerd, Marktveld) en Vechten, en van de Universiteit van Amsterdam (Velsen, Zwammerdam) en de Katholieke Universiteit Nijmegen (Alphen aan den Rijn, Woerden, Nijmegen-Oost). Dank zij de grootschalige opgravingen van de castella van Alphen aan den Rijn, Valkenburg en Zwammerdam kan een redelijk beeld worden geschetst van de fysieke verschijningsvorm van de kleine versterkingen die kenmerkend zijn voor ons land. Dit kan als verwachtingsmodel dienen voor castella die niet of zeer onvolledig zijn onderzocht: Arnhem-Meinerswijk, Utrecht-Domplein, Vleuten-De Meern, Woerden en Leiden-Roomburg. Voor de twee laatstgenoemde geldt dat er nauwelijks opgravingen zijn uitgevoerd die licht werpen op de verdedigingswerken en binnenbebouwing. Bij de drie eerstgenoemde is wat meer onderzoek uitgevoerd, maar dat is vaak slechts zeer beperkt uitgewerkt.
Het castellum van Vechten neemt een bijzondere positie in. Het onderscheidt zich van de overige door zijn grotere omvang en zijn bewoningsgeschiedenis. Fectio is het enige fort in ons land dat al onder Augustus lijkt te zijn aangelegd, het enige dat een volwaardige retentura (strook met bebouwing achter het hoofdkwartier) bezit, en het enige dat onderdak heeft geboden aan een voltallige ala (cavalerieeenheid).
Tot de zes onderzoeksthema’s die in de NOaA worden geformuleerd, behoren de bouw- en bewoningsgeschiedenis van militaire sites, de wisselwerking tussen limes en landschap, en archeologie, architectuur en bouwkunde. Aan al deze thema’s kan het hier voorgestelde onderzoek een belangrijke bijdrage leveren. Van Giffen meende in de aangetroffen structuren minstens vijf bouwfasen te kunnen onderscheiden. De ontrafeling en historische inkadering daarvan zal nieuwe inzichten opleveren in de geschiedenis van de Nederlandse limes, en het vondstmateriaal levert een dwarsdoorsnede van de materiële cultuur van de limes in de Vroeg- en Midden-Romeinse tijd. In de opeenvolgende bouwfasen is minstens driemaal een nieuwe locatie gekozen, schijnbaar ingegeven door landschappelijke veranderingen (overstromingen en beddingverleggingen van de Rijn). Bij de opgraving zijn de verdedigingswerken aangesneden van minstens zes castella, en binnenbebouwing uit twee tot vier perioden. De uitwerking daarvan kan waardevolle bouwstenen leveren voor onze kennis van de militaire bouwtechniek in ons land.
Het West-Nederlandse deel van de limes, van Vechten tot de Noordzee, vormde het onderzoeksgebied van het RU-project ‘Een duurzame grens? De inrichting van de Romeinse rijksgrens in de Rijndelta’, dat deel uitmaakte van het NWO-programma Oogst van Malta. Dit project richtte zich op de periode van 40-140 na Chr. en liet daarom een groot deel van de geschiedenis van Fectio buiten beschouwing. Het RU-project heeft daarom geen inzichten opgeleverd in de Augusteïsch-Tiberische fase van het castellum, waardoor Fectio zich onderscheidt van de overige forten in West-Nederland, en evenmin in de jongste steenbouwfase die de chronologische focus is van het hieronder nader te bespreken provinciale publieksproject. Dit zijn juist de componenten waarover de uitwerking van de opgraving van 1946-1947 waardevolle gegevens zal opleveren. De grachten en wallen uit de periode 40-140 na Chr. zijn al uitgewerkt in het kader van het promotieonderzoek van drs. J. Chorus (RU).
Vechten is echter meer dan alleen een door zijn vroege datering en grootte unieke schakel in de Nederlandse keten van limesforten. Naast de castella ligt Fort Vechten, in 1867-1870 gebouwd als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De provincie Utrecht wil dit kruispunt van twee militaire linies permanent markeren. Het hiervoor ingerichte project Kruispunt Nieuwe Hollandse Waterlinie-Limes omvat drie lijnen: onderzoek, ontwerp en publieksactiviteiten. In opdracht van de provincie heeft West8 Landscape Architects te Rotterdam een ontwerpstudie opgesteld naar de mogelijkheden om castellum Fectio zichtbaar en beleefbaar te maken. In januari 2009 is besloten om de Ontwerpstudie Castellum Fectio van West8 te beschouwen als richtinggevend werkdocument voor de verdere uitwerking van het project Kruispunt NHW-Limes. De Stuurgroep Fort Vechten heeft besloten om in een van de belevingsclusters op Fort Vechten aandacht te besteden aan de limes. Met het oog op de realisering van het plan heeft de provincie inmiddels enkele percelen grond aangekocht. Parklaan Landschapsarchitecten heeft recentelijk opdracht gekregen om een inrichtingsplan op te stellen.
Omdat het castellum en zijn omgeving een wettelijk beschermd archeologisch monument vormen, vraagt de publieksontsluiting om een zeer zorgvuldige benadering. Om die te waarborgen werkt de provincie nauw samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De aandacht gaat daarbij ook nadrukkelijk uit naar de conservering van de archeologische resten. De RCE heeft Vechten een plaats gegeven in haar Kennisprogramma ‘Hoe gaan we om met erfgoed?’ en onderzoekt onder meer de dichtheid, de aard en het verval van de metalen artefacten in de bodem, zowel in de bovengrond als in de daaronder gelegen bodemlagen. Ten behoeve van deze studie zijn in maart 2010 enkele kleine proefputten gegraven, om meer inzicht te verkrijgen in de conservering van de metaalvondsten in relatie tot stratigrafie, bodemsamenstelling, hydrologie en landgebruik, en in de ruimtelijke relatie tussen metaalvondsten uit de bouwvoor en de onderliggende sporen en lagen. Deze putten waren zo gesitueerd dat ze tevens enig inzicht kunnen bieden in enkele bij grondradaronderzoek gesignaleerde structuren en in de bodemopbouw in relatie tot de vlakken en profielen van de opgraving 1946-1947. Zo grijpen verleden, heden en toekomst in elkaar.
Het mag duidelijk zijn dat het voorgestelde project aansluit bij desiderata van de NOaA, een waardevolle aanvulling vormt op het onderzoeksproject ‘Duurzame grens’ en niet alleen goed past binnen het door de provincie Utrecht in samenwerking met de RCE uitgestippelde traject naar een veelomvattende publiekspresentatie, maar daarvoor ook belangrijke nieuwe informatie kan opleveren.
